Naar een nieuwe manier van bewonersparticipatie in het nieuw stadsdeel Oost

donderdag 25 februari 2010

Verslag van de Huiskamerbijeenkomst bewonersparticipatie van 15 februari.


Tijdens deze huiskamerbijeenkomst is een door D66 Oost geschreven notitie over bewonerparticipatie in het nieuwe stadsdeel Oost besproken. Partijen die op verschillende manieren ervaring hebben met participatie in Oost waren bij de bijeenkomst aanwezig. Zowel personen uit het buurtbeheer, als vertegenwoordigers van ouderen en 'onafhankelijke' personen die vanuit een eigen professionele achtergrond bewoners begeleiden bij zelforganisatie en participatie.

Uit ervaringen van verschillende buurtgroepen kwam naar voren dat het reguliere contact met de (contact)ambtenaren van het stadsdeel ontoereikend is. Contactambtenaren zijn in een aantal gevallen te laag in de stadsdeelorganisatie gepositioneerd, hebben een eigen vakgebied en maken deel uit van een bepaalde afdeling binnen het stadsdeel waaraan ze verantwoording schuldig zijn. Problemen die buiten hun afdeling of expertise vallen, of meerdere afdelingen betreffen worden hierdoor niet opgelost. Daarom werd algemeen de wens geuit om hogere ambtenaren met meer overzicht deze contactrol tussen buurtbeheer en stadsdeel te laten vervullen.

Ook de (on)afhankelijkheid van de buurtpanels ten opzichte van het stadsdeel kwam ter sprake. Duidelijk is dat iemand de kar moet trekken en voor ondersteuning moet zorgen, maar om onafhankelijk te blijven zouden de buurtpanelsbegeleid moeten worden door een onafhankelijke (externe) facilitator. Dit om belangenverstrengeling met het stadsdeel te voorkomen en te zorgen dat panels op professionele wijze worden (be)geleid. Deze facilitator zal van voldoende niveau moeten zijn en zich ook inhoudelijk in de onderwerpen van het panel en de buurt moeten verdiepen.

In de Indische buurt werken op dit moment verschillende van dit soort onafhankelijke facilitators met een kleine (tijdelijke) subsidie van het stadsdeel om bewoners te helpen. Dit functioneert goed door de positieve insteek en de eigen netwerken en de contacten van deze begeleiders bij het stadsdeel. Het blijkt daarbij dat het behoorlijk wat tijd en begeleiding vraagt om buurtbewoners zonder ervaring te leren hoe het stadsdeel werkt en hoe ze slagvaardig kunnen participeren. Ze dit zelfstandig zonder adequate begeleiding te laten doen lijkt een illusie. 

Rond het Oosterpark was juist een ander bottom-up initiatief van bewoners, ondersteund door buurtbeheer succesvol bij het beïnvloeden van het stadsdeel en de besluitvorming over vernieuwing van het Oosterpark. Bewoners zelf schreven een beleidsnota over het nieuwe Oosterpark. De nota werd in grote lijnen door de ambtenaren overgenomen. Ook dit initiatief pleit ervoor je niet te zeer vast te leggen in een vaste structuur.  

Het plan om buurtwethouders verantwoordelijk te maken voor de verschillende buurten werd met enthousiasme ontvangen. Wel kwam de  vraag of daar niet het risico aan vast zit dat de wethouder partijgebonden beleid uit gaat voeren en politieke belangen teveel de overhand zullen krijgen. Dit zou kunnen worden voorkomen door naast de wethouder juist ook hoge ambtenaren verantwoordelijk te maken. Ambtenaren hebben een langere horizon dan vier jaar en zitten veel minder aan een politieke kleur of ideologische standpunten vast. Daar staat tegenover dat de wethouder zich kan profileren en na vier jaar door de desbetreffende buurt kan worden afgerekend op de behaalde resultaten.

Een ander onderwerp dat aan de orde kwam is het gebrek aan een lange termijn visie voor de verschillende buurten binnen het stadsdeel. Dit blijkt een moeilijk onderdeel maar biedt veel kansen; zo kan er een blanco start worden gemaakt voor het ontwikkelen van een visie per buurt. Op deze manier zijn bewoners in een vroeg stadium betrokken bij veranderingen in de buurt, waardoor er in tegenstelling tot nu, een positief geluid zal komen. Dit kan op kleinschalige manier worden gestart, door bijvoorbeeld een peiling over wat bewoners missen in de buurt en hoe ze hun buurt zien over een aantal jaar.

Het blijkt dat er per buurtbeheergroep behoorlijke verschillen in onderwerpen, kennis en contacten zijn. Sommige buurtbeheergroepen, zoals in de Dapperbuurt spreken over allerlei onderwerpen, andere beperken zich tot specifieke onderwerpen op het gebied van inrichting en openbare ruimte. Ook de contacten en het draagvlak bij andere bewoners en groepen in de buurt verschilt per buurtbeheergroep.

Buurtpanels zouden daarom moeten wisselen van samenstelling en organisatie, al naar gelang de onderwerpen, contacten en aanwezige kennis in een buurt. Per buurt zijn er verschillende groepen actief en een vaste samenstelling van zo'n panel is daarom in principe niet mogelijk. Per onderwerp zal er gebruik kunnen worden gemaakt van de aanwezige kennis of zullen ad hoc platformen gevormd moeten worden. Ook zou het mogelijk moeten zijn onderwerpen stadsdeelbreed te behandelen met (ad-hoc) groepen uit de verschillende buurten. 



Meer nieuws

print pagina Mail een vriend

Inhoudsopgave


Columns van Jeroen


De Nieuwe Ooster voor álle Amsterdammers

Vanaf 2011 kunnen Amsterdamse moslims gewoon in hun eigen stad begraven worden... lees verder

Oost Internationaal

‘Is het een grote overstap van het internationale werk naar de lokale problematiek van een stadsdeel in Amsterdam?’ Dit is een vraag die mij al eens is gesteld... lees verder



Video's


D66 Campagne-spot Hans van Mierlo 1966
De allereerste reclamespot van D66 werd als zeer revolutionair gezien, door het feit dat Hans van Mierlo de kijker (kiezer) direct aankeek en aansprak
1/24



online netwerken

Lokaal