Tijd voor de Amsterdamse Lente?
Onder grote belangstelling ging donderdag 24 november een goed bezet discussiepanel, onder leiding van Lenneke Hoedemaker, met elkaar en het publiek in discussie over hoe we in de nabije toekomst kunnen zorgen voor goed lokaal bestuur in Amsterdam.
Het wetsvoorstel van Minister Donner, de stadsdelen en hun verhouding tot het bestuur op centrale stad niveau waren hierbij hét onderwerp van gesprek. De avond, georganiseerd door D66 Amsterdam Oost, brengt scherpte in een discussie die voorlopig nog niet beslecht is. De wenselijkheid van een democratische laag op stadsdeelniveau wordt door aanwezigen gedeeld. Om dit te realiseren moet creatief naar oplossingen worden gezocht, en mocht het nodig zijn dan kan wellicht overgegaan worden tot een Amsterdamse Lente!
Panellid Bouwe Olij, voormalig stadsdeelvoorzitter voor de PvdA, lichtte kort de aanleiding van het instellen van de stadsdelen toe. In de jaren ’70 werd de basis gelegd voor de stadsdelen onder het motto ‘meer macht voor wijken’ en door de wens meer tegenwicht te bieden aan de te machtig geworden ambtelijke diensten. Na experimenten met de eerste stadsdelen Noord en Osdorp werd het stelsel vanaf 1987 voor de hele stad ingevoerd.
Bij deze invoering was de insteek dat zoveel mogelijk bevoegdheden werden overgeheveld naar de stadsdelen, tenzij dit door de aard van de taak niet decentraal georganiseerd kon worden, bijvoorbeeld openbare veiligheid en openbaar stadsvervoer. Daarnaast werd, onder het mom van het realiseren van een efficiëntieslag, met het instellen van stadsdelen heel secuur gekeken naar de optimale ambtelijke organisatie per stadsdeel. Het instellen van de stadsdelen heeft de stad toentertijd 80 miljoen gulden opgeleverd.
Ook werd gekeken naar de situatie in Den Haag. Ingrid van Engelshoven, als D66 wethouder in die stad o.a. verantwoordelijk voor de algehele stadsdeel organisatie en als stadsdeelwethouder voor Haagse Hout, vertelde dat in die stad alle beleid centraal wordt opgesteld. Ook alle stedenbouwkundige projecten, waaronder afstemming van de sociale woningvoorraad, worden stadsbreed opgepakt. In de acht stadsdelen bepalen stadsdeeldirecteuren, onder bestuurlijke verantwoordelijkheid van de stadsdeelwethouder, de besteding van stadsdeel budgetten, bedoeld voor lokaal maatwerk bovenop reguliere investeringen op het gebied van groen, cultuur en wegonderhoud.
In de discussie die volgt op vragen of het Haags model denkbaar is voor Amsterdam passeerden enkele tegen-argumenten de revue. Zo werd vanuit het publiek benadrukt dat de lokale cultuur in Amsterdam een heel andere is, een cultuur die ertoe heeft geleid dat de keuze voor de huidige stadsdelen is gemaakt. Daarnaast is Amsterdam natuurlijk groter dan Den Haag.
Als meest in het oog springende punt echter zette een aanwezige vraagtekens bij de bestuurlijke representatie in, en bestuurlijke aandacht voor, de stadsdelen. Met een gedreven wethouder kan de aandacht wellicht voldoende zijn, maar dat het succes en democratisch gehalte van het model afhankelijk is van de opstelling van één wethouder werd door aanwezigen als zeer kwetsbaar beschouwd. Toch reageerde zowel de overige panelleden als het publiek wel positief op de heldere taakverdeling tussen de centrale stad en de stadsdelen in Den Haag. Iets dat over de hele discussie als het meest problematische van de huidige praktijk in Amsterdam werd benoemd.
Meer nieuws
- Creatief Café Oost over Visuele Media 14-5-2012
- Vernieuwend parkeerbeleid 9-5-2012
- Pilot voor Minder Regels 23-4-2012
- Gezocht: Bestuurslid Campagne, leden Permanente Programmacommissie en actieve leden 22-4-2012
- Bewoners van IJburg leveren topprestatie 18-4-2012
- Uitrengebieden voor honden flink uitgebreid 3-4-2012
- Minder regels en meer stageplekken 23-3-2012
- NL Doet en D66 Amsterdam Oost deed mee 19-3-2012
- D66: Communicatie rond veiligheid moet beter 18-3-2012
- Meer ruimte voor parkeren scooters en bakfietsen 7-3-2012





word lid