Columns

Oost Internationaal

16 juli 2010

‘Is het een grote overstap van het internationale werk naar de lokale problematiek van een stadsdeel in Amsterdam?’ Dit is een vraag die mij al eens is gesteld, sinds ik nu alweer ruim twee maanden als wethouder in functie ben.

In mijn ‘vorige leven’ was ik namelijk een internationaal ondernemer. Ik hield me vooral bezig met consultancy op het terrein van onderzoek en organisatieontwikkeling in Afrika, Azië en Latijns Amerika. Minstens één keer per maand was ik in Afrika of Azië te vinden. Het antwoord op de gestelde vraag zou dus ‘ja’ kunnen zijn. Als wethouder woon en werk ik steeds in dezelfde omgeving. Er zijn zelfs weken dat ik Stadsdeel Oost niet uitkom. Dat is wel wat anders dan met een oude stoffige jeep door de binnenlanden van Nigeria reizen.

De helft van mijn leven woon ik al in Oost. Vooral de Transvaalbuurt, de Dapperbuurt en de Watergraafsmeer ken ik goed, omdat ik daar in verschillende huizen heb gewoond. Door die ervaring als gewoon burger weet ik dat het stadsdeel een boeiende lappendeken is met een veelheid aan culturen.

Het is fascinerend dat voor mij als stadsdeelwethouder het internationale element van het stadsdeel gelijk dominant aanwezig is in het dagelijkse werk. Het ene moment praat je tijdens een opening met een jonge Australische kunstenares over haar schilderij dat geïnspireerd is op Camden in London. Het volgende moment spreek je met een imam in één van de moskeeën over de algemene problematiek van opvoeden. En vervolgens mag je een Ethiopisch voetbaltoernooi openen. Een hoogtepunt in mijn korte carrière als wethouder was toen ik een ceremonie mocht leiden, waarbij ik 40 mensen uit 27 landen tot Nederlander heb mogen ‘benoemen’.

Dus als je het mij vraagt: Nee, ik mis het internationale element niet, want ook als stadsdeelwethouder is dit volop in mijn werk aanwezig.




print pagina Mail een vriend