Bezuinigingen op Tropenmuseum buiten alle proporties
13 oktober 2011
Gisteren werd ik opgeschrikt door het bericht dat staatssecretaris Ben Knapen geen cent meer over blijkt te hebben voor het Tropenmuseum. Het stopzetten van alle Rijkssubsidies is buiten alle proporties en bedreigt de toekomst van dit belangrijke nationale erfgoed dat Nederland heeft.
Ik moet een jaar of 10 zijn geweest toen ik samen met mijn ouders en zus vanuit de provincie voor het eerst naar het Tropenmuseum reisde. Ik herinner me dit als de dag van gisteren. Het immens mooie gebouw aan de grachten van Amsterdam. Voor mij was het de eerste keer dat ik kennismaakte met de geschiedenis van het koloniale Nederland. Ook laat het museum op een openhartige manier zien hoe het zit met het armoedevraagstuk in de wereld. Zelfs vandaag nog leven bijna 2 miljard mensen onder de armoedegrens. Voor mij als 10 jarig jongetje heeft met name die nagebouwde sloppenwijk in het Museum een diepe indruk gemaakt. Je ziet de armoede via een reis in een riksja en je ruikt de kruiden van de straatverkopers. Het museum draagt daarmee bij aan de bewustwording van onze geschiedenis en de bevoorrechte positie die Nederland heeft in de wereld.
Ik ben zelf ook als lokaal bestuurder verantwoordelijk voor de financiën en ik weet dat bezuinigen niet eenvoudig is. Wat ik jammer vind is dat deze regering weer kiest voor de botte bijl en daarmee dit belangrijke instituut vrijwel geen ruimte geeft om op deze enorme bezuinigingen -die buiten alle proporties en in een veel te kort tijdsbestek plaatsvindt- te anticiperen. Blijkbaar geldt het begrip behoorlijk bestuur niet voor Den Haag. In Amsterdam moeten we ook bezuinigen maar daar wordt vrijwel altijd ruimte geboden aan een instelling om af te bouwen. Knapen breekt hiermee abrupt iets af dat in ruim 100 jaar is opgebouwd. Iets dat we nooit meer terug krijgen.
Ontwikkelingssamenwerking is duidelijk geen prioriteit meer. De armoedevraagstukken in de wereld zijn nog degelijk immens. Daarnaast is een veel gehoorde klacht van de staatssecretaris dat hij nauwelijks een visie op ontwikkelingsbeleid naar buiten heeft gebracht en dat hij alleen maar bezig is met zijn andere portefeuille Europa. Dit laatste is zeker niet onbelangrijk, maar mondiale ontwikkelingsvraagstukken vragen meer aandacht dan dat een staatssecretaris er op vrijdagmiddag ook
eens naar kijkt. Zijn suggestie om meer samen te werken met het Afrikamuseum in Berg en Dal en het Volkenkundig Museum in Leiden is een voorbeeld van zo’n vrijdagmiddag gedachte.
Als ik kijk naar het Tropenmuseum, de internationale activiteiten en ook het Tropentheater dan is dit een zeer bijzonder instituut waar wij in Amsterdam erg trots op zijn. De recensenten van Het Parool, de Volkskrant en het NRC Handelsblad zijn zeer positief over de kwaliteit van de voorstellingen van Tropentheater. Interessant is dat het theater daarnaast een zeer gemengd publiek weet te trekken; iets wat andere nationale theaters in Nederland nog maar mondjesmaat lukt. Maar ook de ontwikkelingsafdelingen op het sociaal en biomedische terrein hebben een hoog internationaal aanzien. Bijzonder is ook de vele bedrijfsmatige activiteiten die het Tropeninstituut verricht. Het Tropeninstituut bracht bijvoorbeeld samen Boliviaanse pindaboeren de oerpinda op de markt waar arbeiders en werknemers, en de kleinschalige boeren pinda’s daadwerkelijk verbouwen. Deze pinda’s vind je onder de naam Jack Klijn gewoon bij de Albert Heijn in de schappen. Ook verzorgt het KIT goed aanschreven internationale wetenschappelijke opleidingen.
Als het kabinet dit plan doorzet, dan ben ik bang dat belangrijke Nederlandse en internationale cultuurhistorie voorgoed wordt weggevaagd. Dat zou dood en doodzonde zijn.
Gisteren werd ik opgeschrikt door het bericht dat staatssecretaris Ben Knapen geen cent meer over blijkt te hebben voor het Tropenmuseum. Het stopzetten van alle Rijkssubsidies is buiten alle proporties en bedreigt de toekomst van dit belangrijke nationale erfgoed dat Nederland heeft.
Ik moet een jaar of 10 zijn geweest toen ik samen met mijn ouders en zus vanuit de provincie voor het eerst naar het Tropenmuseum reisde. Ik herinner me dit als de dag van gisteren. Het immens mooie gebouw aan de grachten van Amsterdam. Voor mij was het de eerste keer dat ik kennismaakte met de geschiedenis van het koloniale Nederland. Ook laat het museum op een openhartige manier zien hoe het zit met het armoedevraagstuk in de wereld. Zelfs vandaag nog leven bijna 2 miljard mensen onder de armoedegrens. Voor mij als 10 jarig jongetje heeft met name die nagebouwde sloppenwijk in het Museum een diepe indruk gemaakt. Je ziet de armoede via een reis in een riksja en je ruikt de kruiden van de straatverkopers. Het museum draagt daarmee bij aan de bewustwording van onze geschiedenis en de bevoorrechte positie die Nederland heeft in de wereld.
Ik ben zelf ook als lokaal bestuurder verantwoordelijk voor de financiën en ik weet dat bezuinigen niet eenvoudig is. Wat ik jammer vind is dat deze regering weer kiest voor de botte bijl en daarmee dit belangrijke instituut vrijwel geen ruimte geeft om op deze enorme bezuinigingen -die buiten alle proporties en in een veel te kort tijdsbestek plaatsvindt- te anticiperen. Blijkbaar geldt het begrip behoorlijk bestuur niet voor Den Haag. In Amsterdam moeten we ook bezuinigen maar daar wordt vrijwel altijd ruimte geboden aan een instelling om af te bouwen. Knapen breekt hiermee abrupt iets af dat in ruim 100 jaar is opgebouwd. Iets dat we nooit meer terug krijgen.
Ontwikkelingssamenwerking is duidelijk geen prioriteit meer. De armoedevraagstukken in de wereld zijn nog degelijk immens. Daarnaast is een veel gehoorde klacht van de staatssecretaris dat hij nauwelijks een visie op ontwikkelingsbeleid naar buiten heeft gebracht en dat hij alleen maar bezig is met zijn andere portefeuille Europa. Dit laatste is zeker niet onbelangrijk, maar mondiale ontwikkelingsvraagstukken vragen meer aandacht dan dat een staatssecretaris er op vrijdagmiddag ook
eens naar kijkt. Zijn suggestie om meer samen te werken met het Afrikamuseum in Berg en Dal en het Volkenkundig Museum in Leiden is een voorbeeld van zo’n vrijdagmiddag gedachte.
Als ik kijk naar het Tropenmuseum, de internationale activiteiten en ook het Tropentheater dan is dit een zeer bijzonder instituut waar wij in Amsterdam erg trots op zijn. De recensenten van Het Parool, de Volkskrant en het NRC Handelsblad zijn zeer positief over de kwaliteit van de voorstellingen van Tropentheater. Interessant is dat het theater daarnaast een zeer gemengd publiek weet te trekken; iets wat andere nationale theaters in Nederland nog maar mondjesmaat lukt. Maar ook de ontwikkelingsafdelingen op het sociaal en biomedische terrein hebben een hoog internationaal aanzien. Bijzonder is ook de vele bedrijfsmatige activiteiten die het Tropeninstituut verricht. Het Tropeninstituut bracht bijvoorbeeld samen Boliviaanse pindaboeren de oerpinda op de markt waar arbeiders en werknemers, en de kleinschalige boeren pinda’s daadwerkelijk verbouwen. Deze pinda’s vind je onder de naam Jack Klijn gewoon bij de Albert Heijn in de schappen. Ook verzorgt het KIT goed aanschreven internationale wetenschappelijke opleidingen.
Als het kabinet dit plan doorzet, dan ben ik bang dat belangrijke Nederlandse en internationale cultuurhistorie voorgoed wordt weggevaagd. Dat zou dood en doodzonde zijn.



word lid